BAV bij ontwerpfout: praktijkvoorbeeld
BAV bij ontwerpfout hoe werkt bewijs en afbakening.
Op deze pagina
1. Wat bedoelen we met een ontwerpfout in BAV?
Met een ontwerpfout wordt in de praktijk bedoeld: een fout of tekortkoming die al in de ontwerpfase is ontstaan. Het gaat dus om een ontwerpkeuze, specificatie of berekening die niet klopte, waardoor het product of systeem niet deugdelijk functioneert of niet voldoet aan de verwachtingen.
Belangrijk afbakenen: een uitvoeringsfout is iets anders dan een ontwerpfout. Bij een uitvoeringsfout ontstaat het probleem doordat er later is gebouwd, gemonteerd, toegepast of gemeten op een manier die afwijkt van het ontwerp. Bij een ontwerpfout ligt de oorsprong eerder: in de uitgangspunten, interfaces, toleranties of de manier waarop het ontwerp is onderbouwd.
Omdat verzekeringsdekking altijd afhangt van de exacte voorwaarden, blijft er in de praktijk onzekerheid over hoe “ontwerpfout” precies wordt ingevuld. Toch kun je het meestal bruikbaar plaatsen door te kijken naar de ontstaansfase van het probleem en naar de vraag: was het ontwerp op zichzelf voldoende, of zat het gebrek al in de ontwerpbeslissing?
2. Praktijkvoorbeeld: van ontwerpkeuze naar schade
Stel: je bouwt een maatwerk machine voor een productieproces. Tijdens het ontwerpen kies je een onderdeel met een bepaalde constructie/afmetingen en je maakt daarbij een berekening om belasting en slijtage te onderbouwen. In bedrijf treden echter herhaaldelijk problemen op: het onderdeel slijt sneller dan verwacht en raakt na verloop van tijd beschadigd.
In zo’n scenario kan een ontwerpfout aan de orde zijn als je kunt aantonen dat het ontwerp niet (voldoende) bestand was tegen de werkelijke belasting of dat de onderbouwing onjuist was. Denk bijvoorbeeld aan een onderschatting van piekbelasting, een verkeerd gekozen veiligheidsmarge of een verkeerde interpretatie van bedrijfscondities in de ontwerpfase.
De stap naar een claim is dan niet alleen “het ging mis”, maar:
- wat is precies het ontwerppunt dat niet deugde,
- welke schade is daardoor ontstaan, en
- waarom sluit de ontwerpfout beter aan bij de oorzaak dan andere verklaringen (zoals gebruik buiten ontwerpgrenzen of uitvoeringsafwijkingen).
3. Hoe ziet een claimproces eruit bij ontwerpfout?
Een beroepsmatige claim draait vaak om oorzaak, schade en onderbouwing. Ook zonder voorwaarden in detail te kennen kun je de kernlogica volgen:
- Oorzaak vaststellen: Verzamel documentatie die laat zien wat het ontwerp voorschreef en wat daar feitelijk mee is gedaan. Denk aan ontwerptekeningen, berekeningen, materiaalkeuze en eventuele wijzigingen.
- Link tussen oorzaak en gevolg: Koppel de ontwerpfout aan de concrete schade. Als er slijtage is opgetreden, moet duidelijk zijn waarom juist die slijtage het gevolg is van het ontwerpgebrek.
- Vergelijk met alternatieven: Onderbouw waarom een uitvoeringsfout of een afwijkende gebruikssituatie niet de primaire oorzaak is. Dit is vaak waar discussies ontstaan.
- Schadeomvang en herstel: Breng de schade zo neutraal mogelijk in kaart: wat is er beschadigd, wat is de impact en welke kosten zijn er gemoeid met herstel of vervanging (zonder vooruit te lopen op dekking).
Gevolg: als de administratie en causaliteit zwak zijn, kan een claim stranden op het niet rond krijgen van de oorzaak of op een betwisting van de omvang. Dat is dus minder een kwestie van “gelijk krijgen”, en meer van “goed aantonen”.
4. Controlepunten en preventie: misverstand vermijden
Een veelvoorkomend misverstand is dat elke storing automatisch als ontwerpfout geldt. Een storing kan immers ook uit normaal slijtagegedrag, gebruik buiten specificatie of montage/afstelling voortkomen. Om het zuiver te houden:
- Werk met ontwerpgrenzen: Maak zichtbaar wat het ontwerp wel en niet beoogde te verwerken.
- Leg wijzigingen vast: Wijzigingen later in het traject kunnen het oorspronkelijke ontwerp veranderen; dat beïnvloedt hoe je de oorzaak aanwijst.
- Bewijs causaliteit tijdig: Hoe later je documentatie verzamelt, hoe lastiger het wordt om te reconstrueren wat er ontworpen en uitgevoerd is.
- Consistente omschrijving: Formuleer de ontwerpfout concreet (bijv. berekeningsfout, verkeerde specificatie, onjuist uitgangspunt) in plaats van algemeen “ontwerp is niet goed”.
Als je al in de ontwerpfase zorgt voor traceerbare onderbouwing, wordt de kans groter dat je achteraf kunt uitleggen waarom de ontwerpfout de meest plausibele oorzaak is. Tegelijk blijft het belangrijk om te erkennen dat definitie en afbakening in de exacte voorwaarden kunnen afwijken; zonder die tekst blijft er een mate van onzekerheid. Gebruik daarom vooral de hierboven beschreven verificatielogica om je dossier inhoudelijk sterk te maken.